09-02-10
Italiaans per Dummies (ik dus) les 2
De grammatica achter de werkwoorden ziet er voor de regelmatige werkwoorden (in hoeverre dat die ze zijn weliswaar ;-) ) ongeveer zo uit:
Werkwoorden die eindigen op -IRE, -ERE, zien er zo uit:
Io stam+ o
Tu stam + i
Lui stam + e
Noi stam + iamo => ww eindigend op -ERE => stam -E valt weg
Voi stam + te
Loro stam + ono
Werkwoorden die eindigen op -ARE zien er zo uit:
Io stam + o
Tu stam + i
Lui stam
Noi stam + iamo => stam -A valt weg
Voi stam + te
Loro stam + ono
Volgende keer enkele regelmatige werkwoorden.
Ciao,
Moiratasha
23:36
Gepost door Moiratasha
in Italiaans per Dummies (ik dus) |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: les 2, italiaans per dummies |
Facebook
|
Italiaans per Dummies (ik dus) les 2
Enkele Werkwoorden:
| essere | zijn |
| io sonno | ik ben |
| tu sei | jij bent |
| lui/lei e | hij/zij is |
| noi siamo | wij zijn |
| voi siette | jullie zijn |
| loro sonno | zij zijn |
| avere | hebben |
| io o | ik heb |
| tu ai | jij hebt |
| lui a | hij heeft |
| noi abiamo | wij hebben |
| voi avete | jullie hebben |
| loro anno | zij hebben |
| ritsjevere | krijgen |
| oi ritsjevo | |
| tu ritsjevi | |
| lui ritsjeve | |
| noi ritsjeviamo | |
| voi ritsjevete | |
| loro ritsjevono | |
| sapere | weten |
| io so | |
| tu sai | |
| lui sa | |
| noi sapiamo | |
| voi sapete | |
| loro sanno | |
| andare | gaan |
| oi vado | |
| tu vai | |
| lui va | |
| noi andiamo | |
| voi andate | |
| loro vanno | |
| ushire | buiten gaan |
| oi esco | |
| tu eshi | |
| lui eshe | |
| noi ushiamo | |
| voi ushite | |
| loro escono | |
| entrare | binnen gaan |
| io entro | |
| tu entri | |
| lui entra | |
| noi entriamo | |
| voi entrate | |
| loro entrono | |
| mangare | eten |
| io mango | |
| tu mangi | |
| lui manga | |
| noi mangiamo | |
| voi mangete | |
| loro mangano | |
| guardare | kijken |
| io guardo | |
| tu guardi | |
| lui guarda | |
| noi guardiamo | |
| voi guardate | |
| loro guardano | |
| dire | zeggen |
| oi dico | |
| tu ditsji | |
| lui ditsje | |
| noi ditsjiamo | |
| voi dite | |
| loro dicono | |
| fare | doen/maken |
| oi fatsjo | |
| tu fai | |
| lui fa | |
| noi fatsjiamo | |
| voi fate | |
| loro fanno | |
| ashugare | afdrogen |
| io ashugo | |
| tu ashugi | |
| lui ashuga | |
| noi ashugiamo | |
| voi ashugate | |
| loro ashugano | |
| volere | willen |
| oi volio | |
| tu vwoi | |
| lui vwole | |
| noi voliamo | |
| voi volete | |
| loro voliono |
23:25
Gepost door Moiratasha
in Italiaans per Dummies (ik dus) |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: werkwoorden, les 2, italiaans per dummies, ik dus |
Facebook
|
05-02-10
Een korte inleiding op een van de boeiendste beroepen ooit ;-)
Archeologie
1)Wat is archeologie?
In de archeologie gaat men er van uit dat menselijke activiteiten sporen nalaten in de bodem.
Archeologische sporen kunnen zijn:
· Verkleuringen in de bodem (vb: paalgaten, grachten, afvalkuilen)
· Resten van gebouwen (in hout, natuursteen, baksteen,…)
· De bodemvondsten zelf (scherven, vuursteen, metaal, beenderen,…)
Aan de hand van deze materiële resten poogt men het leven van de mens in het verleden te reconstrueren. De archeologie is, naast geschreven documenten, een bron van informatie over onze voorgeschiedenis.
Het opsporen van een vindplaats
Allereerst zijn er de nog zichtbare monumenten zoals grafheuvels, Romeinse wegen, burchten, abdijen,… Wij moeten ze niet alleen bestuderen, maar ook beschermen en eventueel ontsluiten. Meestal is alles echter ‘met de grond gelijk gemaakt’ door oorlogen. Grondig onderzoek is dan echter mogelijk door de resten op te graven.
Men kan zo maar niet in het wilde weg gaan opgraven, daarom zal de archeoloog vooraf proberen de sites(= vindplaatsen) binnen zijn studiegebied te lokaliseren en op kaart te brengen.
De meest gebruikte detectiemethodes zijn:
· Luchtfotografie: gebouwen, grachten,… beïnvloeden de plantengroei of vormen een verkleuring in de bodem, die men vanuit de lucht soms kan waarnemen.
· Veldprospectie: vaak worden sporen van vroegere nederzettingen omgeploegd, zodat scherven, vuursteen e.a. archeologica aan de oppervlakte komen. Om deze sporen te vinden dient de onderzoeker systematisch de velden en akkers af te wandelen.
· Weerstandsmetingen: een elektrische stroom wordt de bodem ingestuurd, vb: door een gracht, omdat dit beter geleid dan een fundering of dergelijken. Het meten van deze verschillen kan ons inlichten over de aanwezige bodemsporen.
· Toevalsvondsten: zelden komen interessante archeologische gegevens tevoorschijn bij bouwwerkzaamheden, wegenaanleg en andere graafwerken. Ook onregelmatigheden in het landschap, oude kaarten, teksten, plaatsnamen,… kunnen de aanwezigheid van vroegere woonplaatsen verraden.
De opgraving
Na het lokaliseren van de vindplaats kan men overgaan tot de eigenlijke opgraving.
Na het uitzetten van de opgravingsvlakken, wordt de grond voorzichtig weggenomen (met de schop of truweel), terwijl alle structuren en vondsten ingetekend worden. Bijzondere aandacht schenken we aan de profielen(= verticale putwanden), omdat deze opbouw van de nederzettingen doorheen de eeuwen weerspiegelen (verschillenden lagen = verschillende periodes): de stratigrafische opbouw van de site.
Een opgraving is te lezen in het bodemarchief. In de loop van het onderzoek worden echter alle gegevens weggegraven. Daarom is het optekenen, beschrijven en fotograferen van alles wat men ziet zo belangrijk. Een opgraving kan slechts eenmaal gebeuren!
De datering
Het bepalen van de juiste ouderdom van een vindplaats of een bepaalde vondst is zeer belangrijk. Een hulpmiddel hiertoe is de stratigrafie van de site zelf. De studie hiervan steunt op het feit dat de oudste vondsten zich in de onderste nederzettingslagen bevinden. Deze worden dan afgedekt door afvallagen die tijdens die tijdens de latere bewoningsfasen werden gevormd.
Daarnaast is aardewerk een handig werkinstrument, gezien potten e pannen onder invloed van verbeterde technieken en de mode van de tijd dikwijls sterk variëren in vorm en techniek. Het rangschikken van de verschillende vormen en technieken van jong naar oud noemt men typologie en dat evenals stratigrafie een relatieve dateringsmethode is.
Met de absolute dateringmethodes poogt men een ouderdom in kalenderjaren te bepalen. Enkele voorbeelden:
· C14 datering: ieder levend organisme neemt het radioactieve koolstofisotoop(=C14) op. Na het afstreven van het organisme wordt dit C14 omgezet in C12(= atoommassa koolstofisotoop). Het meten van de verhouding C14-C12 geeft een ouderdomsbepaling.
· Dendrochronologie: ieder jaar zijn de groeiringen van bomen, onder invloed van het klimaat, verschillend. Aan de hand van een referentiecurve kan men de ouderdom va houten voorwerpen zeer nauwkeurig bepalen.
De bio-archeologie
In de bodem blijven soms organische resten bewaard, zoals dierenbeenderen, plantenresten,… Deze kunnen ons inlichten over de planten en dieren, die voorkwamen in de omgeving van de vindplaats. Zo kan men nagaan of de mens leefde in een dichtbegroeide natuurlijke omgeving (vb: bos), of dat hij wilde planten, aan akkerbouw drijven,… Daarnaast kan men heel wat te weten komen over de voedselgewoonten (welke planten en dieren men at), sociale patronen (verschillend voedsel tussen arm en rijk),…
Hiervoor bestuderen de onderzoekers:
· stuifmeel: palynologie
· zaden en vruchten: paleo-botanie
· dierenbeenderen: archeo-zoölogie
De geologie
Het reliëf, de bodemgesteldheid, de bedding van de rivieren,… zijn in de loop van de tijd vaak sterk gewijzigd. Om de mens in zijn juiste natuurlijk milieu te plaatsen moet de archeoloog beroep doen op de geologische wetenschappen.
De geomorfoloog probeert het vroegere reliëf te reconstrueren.
De pedologen of bodemdeskundigen bekijken de diverse bodemstructuren en proberen een verklaring te vinden voor natuurlijke en door de mens beïnvloede afzettingen. Zij kunnen dus nagaan hoe de mens ingreep in het landschap.
De paleo-klimatologie is de studie van de diverse temperatuurschommelingen die ons klimaat heeft ondergaan (vb: de ijstijden)
De studie van de geologie en klimatologie licht ons ook in over de periode voordat de mens onze landen bezocht.
2) Hoe wordt een opgraving georganiseerd?
Werkwijze
1. Een opmetingssysteem met basislijnen wordt op het opgravingterrein uitgezet en vastgelegd op de kadastrale kaart (=grondbeschrijving). Alle opmetingen tijdens de opgravingen zullen vanuit deze basislijnen gebeuren.
2. Topografische opmeting van de site (hoogte en reliëf)
3. De opgravingssleuven (=strook waarin men opgraaft) worden uitgezet binnen het opmetingssysteem. Verschillende sleufsystemen zijn mogelijk, naargelang de aard van de site.
4. de sleuven worden laag per laag uitgegraven. De ploeglaag (dit is de bovenst laag grond) en recente puinlagen kunnen met een graafmachine verwijderd worden, de andere lagen met behulp van schoppen, truwelen of zelf borstels, afhankelijk van de aard van de lagen en sporen.
5. Alle opgravingsniveaus krijgen een letter(A, B, C,…), de sporen en anderen gevonden objecten krijgen een individueel nummer(1,2,3,…). Op elk opgravingsniveau worden van de verschillende lagen en sporen foto’s genomen en tekeningen op schaal gemaakt (meestal 1/50 of 1/20). Bij elke tekening hoort een beschrijving en eerste interpretatie van de sporen. Van elk geregistreerd spoor wordt ook de diepte gemeten.
6. Er worden doorsneden gemaakt van de sporen zoals grachten, kuilen, paalsporen,… Elke doorsnede wordt op zijn beurt gefotografeerd en getekend. Uit alle belangrijke sporen en lagen worden grondstalen genomen.
7. Een sleuf is afgewerkt wanneer de ongestoorde natuurlijke lagen bereikt zijn en alle sporen zijn opgegraven.
8. De vier sleufprofielen(=zijwanden van de sleuf) met de volledige stratigrafie(= opbouw van de grondlagen) van de sleuf worden getekend en gefotografeerd. Alle lagen worden beschreven, een relatieve chronologie(=het ouder of jonger zijn van de sporen ten opzichte van elkaar) opgemaakt en een eerste interpretatie neergeschreven.
Algemeen
· Alle vondsten krijgen een vondstennummer dat verwijst naar het spoor waaruit ze afkomstig zijn.
· Uit de gepaste contexten worden de nodige zeefstalen genomen.
· Andere staalnames:
1. houtskool en andere organische materialen(been,…) voor C14.
2. stalen voor bodemkundig onderzoek (pedologie)
3. bodemstalen voor onderzoek op plantenresten (archeobotanie)
4. bodemstalen voor onderzoek van micro-organismen (kiezelwieren,…)
Na de opgraving gebeurt de verwerking van de archeologische gegevens: studie van de sporen, analyse van de stalen en de uitwerking van de vondsten. Alle gegevens, interpretaties en conclusies worden in een eindverslag gepubliceerd.
3) Studie van het aardewerk
Bron
Bijna elke archeologische context bevat potscherven.
Doel
Informatie verzamelen die verband houdt met de volgende aspecten:
· totstandkoming en aard van de context
· datering van de context
· herkomst en productie van het aardewerk
· gebruik van het aardewerk
· het dagelijkse leven
· economische activiteiten
· status en welstand
· handel en transport
Keuze van contexten voor studie
Afhankelijk van welke informatie verkregen moet worden.
Berging en staalname
· overwegend handverzameld materiaal.
· zeefstalen: voornamelijk uit afvalputten, rioleringen, waterputten en afvallagen, meestal gecombineerd met staalname voor archeozoölogisch onderzoek.
Voorbereiding van het onderzoek
· wassen van de scherven.
· nummeren van de scherven.
· het terug aaneen passen van de scherven (indien mogelijk).
Studie van het aardewerk
· identificeren van de verschillende ceramieksoorten
· identificatie per groep van de aanwezige aardewerkvormen (kan, pot,…)
· beschrijving:analyses, metingen, tekeningen, typische eigenschappen, gebruikssporen
· datering en vergelijkingsmateriaal
Opmerkingen
Gebruiksvoorwerpen uit andere materiaalgroepen, zoals glas, metaal, hout, gewei, been, natuursteen, ivoor, metaal en leer, doorlopen voor de verwerking en studie globaal gezien een gelijkaardige weg als het aardewerk. Sommige materiaalgroepen, zoals metaal, leer en hout,moeten eerst een conserverende behandeling krijgen in gespecialiseerde ateliers.

16:15
Gepost door Moiratasha
in Geschiedenis |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: archeologie, geschiedenis |
Facebook
|
04-02-10
Italiaans per dummies (ik dus) - Les 1
Hallo everybody.
Vermits ik een half Italiaans vriendje heb, en er bij hem thuis tegen de vader altijd Italiaans word gepraat, wil ik graag (nieuwsgierig als ik ben) weten wat ze allemaal zitten te brabbelen!
Daarom ga ik me een beetje proberen te verdiepen in de wonderen der Italiaanse taal, en voor degeen die ook wat willen leren, feel free om mee te doen.
Ik zal proberen te posten wat ik allemaal leer enzo qua woordenschat en zinnetjes. Let wel! De schrijfwijze die ik gebruik is FONETISCH, met andere woorden: zo moet je het UITSPREKEN, en wordt het dus niet geschreven!
Ok, als iedereen klaar is, komen hier de eerste woordjes.
Tellen:
| uno | 1 | un-ditchi | 11 | vent-uno | 21 | kwaranta | 40 |
| doewe | 2 | do-ditchi | 12 | verti-due | 22 | tchinkwnta | 50 |
| tre | 3 | tre-ditchi | 13 | venti-tre | 23 | sessanta | 60 |
| kwatro | 4 | kwator-ditchi | 14 | venti-kwatro | 24 | settante | 70 |
| tsjinkwe | 5 | kwinditchi | 15 | venti-tchinkwe | 25 | ottanta | 80 |
| sei | 6 | seiditchi | 16 | venti-sei | 26 | novanta | 90 |
| sette | 7 | ditcha-sette | 17 | venti-sette | 27 | tchento | 100 |
| otto | 8 | ditch-otto | 18 | vent-otto | 28 | milla | 1000 |
| nove | 9 | ditcha-nove | 19 | venti-nove | 29 | miljone | 1,000,000 |
| djetchi | 10 | venti | 20 | trenta | 30 |
De eerste zinnetjes:
| kwanto ani aai | hoe oud ben je |
| io o ditcha nove anni | ik ben 19 jaar |
| tu ai trenta ani | jij bent 30 jaar |
| mama mia a kwaranta nove ani | mijn mama is 49 jaar |
| ke kosa ti piatche fare | wat doe je graag |
| quecosa | wat |
| mi piatche volare | ik vlieg graag |
| balare | dansen |
| nwotare | zwemmen |
| gwardare le tivoe | tv kijken |
cosa ferai domani wat ga je morgen doen io vado con una amica a le groenplaats ik ga naar de groensplaats met een vriendin dopo daarna e dopo andro a le kinesist en daarna zal ik naar de kinesist gaan
De seizoenen:
| le stagione | de seizoenen |
| l'autuno | de herfst |
| l'inverno | de winter |
| la primavera | de lente |
| l'estate | de zomer |
Zo.
Dat was het voor les 1. Laat gerust een berichtje na, om te weten wat je ervan vond. Ik hoop dat er mensen zijn, die er iets aan hebben. En zo niet, tja, dan is het gewoon leuk om te doen :-p
Tot de volgende
Moiratasha
18:29
Gepost door Moiratasha
in Italiaans per Dummies (ik dus) |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
| Tags: leren, italiaans, les, dummies, eerste woordjen |
Facebook
|
03-02-10
Eerste berichtje
Hey allemaal,
Je bent een van de gelukkige die mijn blog leest! Ik zou zeggen proficiat!
Ik zal me even kort voorstellen:
Ik ben Natasha, en ben student Tolk Vlaamse Gebarentaal. Vanaf volgend jaar ga ik naar Leuven, Archeologie studeren.. FUN FUN FUN!! :-D
Mijn hobby's zijn zingen (al kan ik er niks van maar soit :-p), ik zit bij het koor IOCA (betekent "glimlach"), Gebarentaal, Zot doen, Lachen, en mensen helpen waar ik kan.
Ik ben Wicca, wat wil zeggen dat ik me bezig houd met de natuur en al het energetische wat er in en om ons heen gebeurt.
Als je vragen hebt dan vraag je het maar he ;-)
22:33
Gepost door Moiratasha
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: voorstelling, wie ben ik, eerste berichtje |
Facebook
|


