| wedstrijden

09-02-10

Italiaans per Dummies (ik dus) les 2

De grammatica achter de werkwoorden ziet er voor de regelmatige werkwoorden (in hoeverre dat die ze zijn weliswaar ;-) ) ongeveer zo uit:

Werkwoorden die eindigen op -IRE, -ERE, zien er zo uit:

Io   stam+ o
Tu  stam + i
Lui stam + e
Noi stam + iamo => ww eindigend op -ERE => stam -E valt weg
Voi stam + te
Loro stam + ono

Werkwoorden die eindigen op -ARE zien er zo uit:

Io   stam + o
Tu  stam + i
Lui  stam
Noi stam + iamo  => stam -A valt weg
Voi stam + te
Loro stam + ono

 

Volgende keer enkele regelmatige werkwoorden.

 

Ciao,

Moiratasha

Italiaans per Dummies (ik dus) les 2

Enkele Werkwoorden:

esserezijn
io sonnoik ben
tu seijij bent
lui/lei ehij/zij is
noi siamowij zijn
voi siettejullie zijn
loro sonnozij zijn
averehebben
io oik heb
tu aijij hebt
lui a hij heeft
noi abiamowij hebben
voi avetejullie hebben
loro annozij hebben
ritsjeverekrijgen
oi ritsjevo
tu ritsjevi
lui ritsjeve
noi ritsjeviamo
voi ritsjevete
loro ritsjevono
sapereweten
io so
tu sai
lui sa
noi sapiamo
voi sapete
loro sanno
andaregaan
oi vado
tu vai
lui va
noi andiamo
voi andate  
loro vanno
ushirebuiten gaan
oi esco
tu eshi
lui eshe
noi ushiamo
voi ushite
loro escono
entrarebinnen gaan
io entro
tu entri
lui entra
noi entriamo
voi entrate
loro entrono
mangareeten
io mango
tu mangi
lui manga
noi mangiamo
voi mangete
loro mangano
guardarekijken
io guardo
tu guardi
lui guarda
noi guardiamo
voi guardate
loro guardano
direzeggen
oi dico
tu ditsji
lui ditsje
noi ditsjiamo
voi dite
loro dicono
faredoen/maken
oi fatsjo
tu fai
lui fa
noi fatsjiamo
voi fate
loro fanno
ashugareafdrogen
io ashugo
tu ashugi
lui ashuga
noi ashugiamo
voi ashugate
loro ashugano
volerewillen
oi volio
tu vwoi
lui vwole
noi voliamo
voi volete
loro voliono

05-02-10

Een korte inleiding op een van de boeiendste beroepen ooit ;-)

Archeologie

1)Wat is archeologie?

In de archeologie gaat men er van uit dat menselijke activiteiten sporen nalaten in de bodem.

 

Archeologische sporen kunnen zijn:

·        Verkleuringen in de bodem (vb: paalgaten, grachten, afvalkuilen)

·        Resten van gebouwen (in hout, natuursteen, baksteen,…)

·        De bodemvondsten zelf (scherven, vuursteen, metaal, beenderen,…)

 

Aan de hand van deze materiële resten poogt men het leven van de mens in het verleden te reconstrueren. De archeologie is, naast geschreven documenten, een bron van informatie over onze voorgeschiedenis.

 

Het opsporen van een vindplaats

Allereerst zijn er de nog zichtbare monumenten zoals grafheuvels, Romeinse wegen, burchten, abdijen,… Wij moeten ze niet alleen bestuderen, maar ook beschermen en eventueel ontsluiten. Meestal is alles echter ‘met de grond gelijk gemaakt’ door oorlogen. Grondig onderzoek is dan echter mogelijk door de resten op te graven.

 

Men kan zo maar niet in het wilde weg gaan opgraven, daarom zal de archeoloog vooraf proberen de sites(= vindplaatsen) binnen zijn studiegebied te lokaliseren en op kaart te brengen.

De meest gebruikte detectiemethodes zijn:

·        Luchtfotografie: gebouwen, grachten,… beïnvloeden de plantengroei of vormen een verkleuring in de bodem, die men vanuit de lucht soms kan waarnemen.

·        Veldprospectie: vaak worden sporen van vroegere nederzettingen omgeploegd, zodat scherven, vuursteen e.a. archeologica aan de oppervlakte komen. Om deze sporen te vinden dient de onderzoeker systematisch de velden en akkers af te wandelen.

·        Weerstandsmetingen: een elektrische stroom wordt de bodem ingestuurd, vb: door een gracht, omdat dit beter geleid dan een fundering of dergelijken. Het meten van deze verschillen kan ons inlichten over de aanwezige bodemsporen.

·        Toevalsvondsten: zelden komen interessante archeologische gegevens tevoorschijn bij bouwwerkzaamheden, wegenaanleg en andere graafwerken. Ook onregelmatigheden in het landschap, oude kaarten, teksten, plaatsnamen,… kunnen de aanwezigheid van vroegere woonplaatsen verraden.

 

De opgraving

Na het lokaliseren van de vindplaats kan men overgaan tot de eigenlijke opgraving.

 

Na het uitzetten van de opgravingsvlakken, wordt de grond voorzichtig weggenomen (met de schop of truweel), terwijl alle structuren en vondsten ingetekend worden. Bijzondere aandacht schenken we aan de profielen(= verticale putwanden), omdat deze opbouw van de nederzettingen doorheen de eeuwen weerspiegelen (verschillenden lagen = verschillende periodes): de stratigrafische opbouw van de site.

 

Een opgraving is te lezen in het bodemarchief. In de loop van het onderzoek worden echter alle gegevens weggegraven. Daarom is het optekenen, beschrijven en fotograferen van alles wat men ziet zo belangrijk. Een opgraving kan slechts eenmaal gebeuren!

 

De datering

Het bepalen van de juiste ouderdom van een vindplaats of een bepaalde vondst is zeer belangrijk. Een hulpmiddel hiertoe is de stratigrafie van de site zelf. De studie hiervan steunt op het feit dat de oudste vondsten zich in de onderste nederzettingslagen bevinden. Deze worden dan afgedekt door afvallagen die tijdens die tijdens de latere bewoningsfasen werden gevormd.

 

Daarnaast is aardewerk een handig werkinstrument, gezien potten e pannen onder invloed van verbeterde technieken en de mode van de tijd dikwijls sterk variëren in vorm en techniek. Het rangschikken van de verschillende vormen en technieken van jong naar oud noemt men typologie en dat evenals stratigrafie een relatieve dateringsmethode is.

 

Met de absolute dateringmethodes poogt men een ouderdom in kalenderjaren te bepalen. Enkele voorbeelden:

·        C14 datering: ieder levend organisme neemt het radioactieve koolstofisotoop(=C14) op. Na het afstreven van het organisme wordt dit C14 omgezet in C12(= atoommassa koolstofisotoop). Het meten van de verhouding C14-C12 geeft een ouderdomsbepaling.

·        Dendrochronologie: ieder jaar zijn de groeiringen van bomen, onder invloed van het klimaat, verschillend. Aan de hand van een referentiecurve kan men de ouderdom va houten voorwerpen zeer nauwkeurig bepalen.

De bio-archeologie

In de bodem blijven soms organische resten bewaard, zoals dierenbeenderen, plantenresten,… Deze kunnen ons inlichten over de planten en dieren, die voorkwamen in de omgeving van de vindplaats. Zo kan men nagaan of de mens leefde in een dichtbegroeide natuurlijke omgeving (vb: bos), of dat hij wilde planten, aan akkerbouw drijven,… Daarnaast kan men heel wat te weten komen over de voedselgewoonten (welke planten en dieren men at), sociale patronen (verschillend voedsel tussen arm en rijk),…

Hiervoor bestuderen de onderzoekers:

·        stuifmeel: palynologie

·        zaden en vruchten: paleo-botanie

·        dierenbeenderen: archeo-zoölogie

 

De geologie

Het reliëf, de bodemgesteldheid, de bedding van de rivieren,… zijn in de loop van de tijd vaak sterk gewijzigd. Om de mens in zijn juiste natuurlijk milieu te plaatsen moet de archeoloog beroep doen op de geologische wetenschappen.

 

De geomorfoloog probeert het vroegere reliëf te reconstrueren.

 

De pedologen of bodemdeskundigen bekijken de diverse bodemstructuren en proberen een verklaring te vinden voor natuurlijke en door de mens beïnvloede afzettingen. Zij kunnen dus nagaan hoe de mens ingreep in het landschap.

 

De paleo-klimatologie is de studie van de diverse temperatuurschommelingen die ons klimaat heeft ondergaan (vb: de ijstijden)

 

De studie van de geologie en klimatologie licht ons ook in over de periode voordat de mens onze landen bezocht.

 

2) Hoe wordt een opgraving georganiseerd?

Werkwijze

1.   Een opmetingssysteem met basislijnen wordt op het opgravingterrein uitgezet en vastgelegd op de kadastrale kaart (=grondbeschrijving). Alle opmetingen tijdens de opgravingen zullen vanuit deze basislijnen gebeuren.

2.   Topografische opmeting van de site (hoogte en reliëf)

3.   De opgravingssleuven (=strook waarin men opgraaft) worden uitgezet binnen het opmetingssysteem. Verschillende sleufsystemen zijn mogelijk, naargelang de aard van de site.

4.   de sleuven worden laag per laag uitgegraven. De ploeglaag (dit is de bovenst laag grond) en recente puinlagen kunnen met een graafmachine verwijderd worden, de andere lagen met behulp van schoppen, truwelen of zelf borstels, afhankelijk van de aard van de lagen en sporen.

5.   Alle opgravingsniveaus krijgen een letter(A, B, C,…), de sporen en anderen gevonden objecten krijgen een individueel nummer(1,2,3,…). Op elk opgravingsniveau worden van de verschillende lagen en sporen foto’s genomen en tekeningen op schaal gemaakt (meestal 1/50 of 1/20). Bij elke tekening hoort een beschrijving en eerste interpretatie van de sporen. Van elk geregistreerd spoor wordt ook de diepte gemeten.

6.   Er worden doorsneden gemaakt van de sporen zoals grachten, kuilen, paalsporen,… Elke doorsnede wordt op zijn beurt gefotografeerd en getekend. Uit alle belangrijke sporen en lagen worden grondstalen genomen.

7.   Een sleuf is afgewerkt wanneer de ongestoorde natuurlijke lagen bereikt zijn en alle sporen zijn opgegraven.

8.   De vier sleufprofielen(=zijwanden van de sleuf) met de volledige stratigrafie(= opbouw van de grondlagen) van de sleuf worden getekend en gefotografeerd. Alle lagen worden beschreven, een relatieve chronologie(=het ouder of jonger zijn van de sporen ten opzichte van elkaar) opgemaakt en een eerste interpretatie neergeschreven.

 

Algemeen

·  Alle vondsten krijgen een vondstennummer dat verwijst naar het spoor waaruit ze afkomstig zijn.

·  Uit de gepaste contexten worden de nodige zeefstalen genomen.

·  Andere staalnames:

1.   houtskool en andere organische materialen(been,…) voor C14.

2.   stalen voor bodemkundig onderzoek (pedologie)

3.   bodemstalen voor onderzoek op plantenresten (archeobotanie)

4.   bodemstalen voor onderzoek van micro-organismen (kiezelwieren,…)

 

Na de opgraving gebeurt de verwerking van de archeologische gegevens: studie van de sporen, analyse van de stalen en de uitwerking van de vondsten. Alle gegevens, interpretaties en conclusies worden in een eindverslag gepubliceerd.

 

3) Studie van het aardewerk

Bron

Bijna elke archeologische context bevat potscherven.

 

Doel

Informatie verzamelen die verband houdt met de volgende aspecten:

·        totstandkoming en aard van de context

·        datering van de context

·        herkomst en productie van het aardewerk

·        gebruik van het aardewerk

·        het dagelijkse leven

·        economische activiteiten

·        status en welstand

·        handel en transport

 

Keuze van contexten voor studie

Afhankelijk van welke informatie verkregen moet worden.

 

Berging en staalname

·        overwegend handverzameld materiaal.

·        zeefstalen: voornamelijk uit afvalputten, rioleringen, waterputten en afvallagen, meestal gecombineerd met staalname voor archeozoölogisch onderzoek.

 

Voorbereiding van het onderzoek

·        wassen van de scherven.

·        nummeren van de scherven.

·        het terug aaneen passen van de scherven (indien mogelijk).

 

Studie van het aardewerk

·        identificeren van de verschillende ceramieksoorten

·        identificatie per groep van de aanwezige aardewerkvormen (kan, pot,…)

·        beschrijving:analyses, metingen, tekeningen, typische eigenschappen, gebruikssporen

·        datering en vergelijkingsmateriaal

 

Opmerkingen

Gebruiksvoorwerpen uit andere materiaalgroepen, zoals glas, metaal, hout, gewei, been, natuursteen, ivoor, metaal en leer, doorlopen voor de verwerking en studie globaal gezien een gelijkaardige weg als het aardewerk. Sommige materiaalgroepen, zoals metaal, leer en hout,moeten eerst een conserverende behandeling krijgen in gespecialiseerde ateliers.

Dit was een spreekbeurt die ik heb gedaan toen ik een jaar of 13 was. Maar ik denk dat het hoofdzakelijke er wel in staat.

Enjoy!

MoiratashaZoenen

16:15 Gepost door Moiratasha in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: archeologie, geschiedenis |  Facebook |

04-02-10

Italiaans per dummies (ik dus) - Les 1

Hallo everybody.

Vermits ik een half Italiaans vriendje heb, en er bij hem thuis tegen de vader altijd Italiaans word gepraat, wil ik graag (nieuwsgierig als ik ben) weten wat ze allemaal zitten te brabbelen!

Daarom ga ik me een beetje proberen te verdiepen in de wonderen der Italiaanse taal, en voor degeen die ook wat willen leren, feel free om mee te doen.

Ik zal proberen te posten wat ik allemaal leer enzo qua woordenschat en zinnetjes. Let wel! De schrijfwijze die ik gebruik is FONETISCH, met andere woorden: zo moet je het UITSPREKEN, en wordt het dus niet geschreven!

Ok, als iedereen klaar is, komen hier de eerste woordjes.

Tellen:

 

uno1un-ditchi11vent-uno21kwaranta40
doewe2do-ditchi12verti-due22tchinkwnta50
tre3tre-ditchi13venti-tre23sessanta60
kwatro4kwator-ditchi14venti-kwatro24settante70
tsjinkwe5kwinditchi15venti-tchinkwe25ottanta80
sei6seiditchi16venti-sei26novanta90
sette7ditcha-sette17venti-sette27tchento100
otto8ditch-otto18vent-otto28milla1000
nove9ditcha-nove19venti-nove29miljone1,000,000
djetchi10venti20trenta30

De eerste zinnetjes:

kwanto ani aaihoe oud ben je
io o ditcha nove anniik ben 19 jaar 
tu ai trenta anijij bent 30 jaar
mama mia a kwaranta nove ani

mijn mama is 49 jaar

ke kosa ti piatche farewat doe je graag
quecosawat  
mi piatche volareik vlieg graag
balaredansen
nwotarezwemmen
gwardare le tivoe

tv kijken

cosa ferai domaniwat ga je morgen doen
io vado con una amica a le groenplaatsik ga naar de groensplaats met een vriendin
dopodaarna
e dopo andro a le kinesisten daarna zal ik naar de kinesist gaan

De seizoenen:

le stagionede seizoenen
l'autunode herfst
l'invernode winter
la primaverade lente
l'estate

de zomer

 

Zo.

Dat was het voor les 1. Laat gerust een berichtje na, om te weten wat je ervan vond. Ik hoop dat er mensen zijn, die er iets aan hebben. En zo niet, tja, dan is het gewoon leuk om te doen :-p

 

Tot de volgende

Moiratasha

03-02-10

Eerste berichtje

Hey allemaal,

Je bent een van de gelukkige die mijn blog leest! Ik zou zeggen proficiat!

Ik zal me even kort voorstellen:

Ik ben Natasha, en ben student Tolk Vlaamse Gebarentaal. Vanaf volgend jaar ga ik naar Leuven, Archeologie studeren.. FUN FUN FUN!! :-D

Mijn hobby's zijn zingen (al kan ik er niks van maar soit :-p), ik zit bij het koor IOCA (betekent "glimlach"), Gebarentaal, Zot doen, Lachen, en mensen helpen waar ik kan.

Ik ben Wicca, wat wil zeggen dat ik me bezig houd met de natuur en al het energetische wat er in en om ons heen gebeurt.

Als je vragen hebt dan vraag je het maar he ;-)

 

22:33 Gepost door Moiratasha in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: voorstelling, wie ben ik, eerste berichtje |  Facebook |

1